Terug in Hengelo
Toen hij in 1969 in een Hengelose platenzaak ‘Across the Universe’ van The Beatles hoorde, wist hij dat hij de muziek in wilde. Edward Reekers, de stem van Kayak. Vrijdag is hij terug op geboortegrond.
door Ton Ouwehand

‘Kijk”, zegt hij, „hier heb ik
Ruthless Queen ingezongen.” Edward Reekers (1957) woont in Soest, maar de zanger vond het leuk om in de Wisseloord Studio’s in Hilversum af te spreken. Studio 3 heeft hij al laten zien.
Daar heeft hij weken achter elkaar gewerkt aan zijn pas verschenen solo-cd
Child of the water. Maar nadat een daartoe bevoegde dame de sleutel afstond en een technicus vervolgens de ligging van de goed weggewerkte lichtschakelaar heeft uitgelegd, staan we dan op de heilige grond. Een bescheiden balletzaaltje in Wisseloord, dat Studio 1 heet. Daar is dus bijna dertig jaar geleden
Ruthless Queen opgenomen, de grootste hit van Kayak. „Ik vond het direct al een mooi liedje. Dat vind ik nog steeds trouwens.
Maar dat het zou uitgroeien tot een klassieker, daar had ik natuurlijk geen idee van. Ik herinner me het moment dat we er mee bezig waren nog goed. De begeleiding was al opgenomen. Ik stond in mijn eentje in deze ruimte met een koptelefoon op. Dan voel je je echt in je blote kont staan. Toen ik het had gezongen, liep ik naar de controlekamer om het terug te horen en daar werd ik met applaus begroet. De eerste take was bijna helemaal goed. We hebben nog twee regeltjes overgedaan.”
Volgende week vrijdag treedt hij met Kayak op in Metropool. Dat vindt hij wel mooi. Terug op geboortegrond. In Hengelo (O) heeft hij de eerste dertien jaren van zijn leven doorgebracht. Daar was zijn vader Martin J.D. Reekers jarenlang wethouder voor de KVP.
Hij heeft de nodige mooie herinneringen aan Hengelo. Hoe hij op z’n vierde al met de Arbeidsvitaminen zat mee te zingen. Keihard ‘Marina, Marina Marina’ en dan met name de versie van Willy Alberti. Hij weet ook nog hoe hij als klein kind op een schommel in de speeltuin
Baby’s in black van de Beatles zat te zingen. En dat hij als achtjarig jochie tegen zijn ouders zei dat hij een hammondorgel wilde. Begrotelijk, vonden ze, en ze schaften toch maar een piano aan. Zijn pianoleraar Struiwig vond dat hij naar het conservatorium moest. Een opvatting die hij allerminst deelde. Klassieke muziek was geen optie. De mooiste herinnering aan Hengelo speelde zich af in de platenzaak aan de Markt. Hij was twaalf, en met zijn broer was hij naar die winkel gefietst om naar de nieuwe elpee van de Beatles te luisteren. Hij krijgt nog kippenvel als hij eraan terugdenkt. „Daar hoorde ik voor het eerst
Across the Universe. Dat maakte een verpletterende indruk. Het was haast een religieuze ervaring. Ik weet nog dat ik volledig van de kaart het pand verliet. Dat was het mooiste wat ik ooit had gehoord. Op weg naar huis ben ik nog tegen een geparkeerde auto aangefietst. Dat lied heeft een verpletterende indruk gemaakt. Toen wist ik het zeker, muziek dat wilde ik ook.”
De positieve herinneringen aan zijn geboorteplaats worden overschaduwd door de negatieve. Edward Reekers is gepest op de Roncallischool, aan de Sloetsweg. „Het was vreselijk. En waarom? Omdat ik ook toen al niet bepaald mager was? Of omdat ik misdienaar was in de kerk naast de school en dat ik af en toe uit de klas werd gehaald voor een begrafenis of een trouwerij. Het feit dat ik er een eigen mening op nahield viel in elk geval ook al niet goed.
In de derde of vierde vijfde klas heb ik voor de groep opgetreden met een tamboerijntje. Ik zong Beatlesliedjes.
Maar dat optreden viel ook niet goed. Vonden ze weer overdreven.”
Op de middelbare school was het pesten voorbij, zegt hij. „Dat is bij mijn kinderen precies zo gegaan.
Zij werden op de basisschool ook gepest. In het voortgezet onderwijs was het ook direct over. Ik heb zelf niet lang op De Grundel in Hengelo gezeten. Ik was dertien toen mijn vader burgemeester werd van Berkel en Rodenrijs. Wij verhuisden naar het westen en ik kwam in Rotterdam op school. De stoerste jongen van de klas zag me daar in de eerste week al op gitaar een akkoord spelen dat hij niet kende. Hij vroeg me direct voor de schoolband. Omdat ik precies één akkoord verder was dan hij. Als gitarist-zanger zat ik in de schoolband. Later drumde ik er ook nog in, ik heb er ook keyboards gespeeld. En altijd was ik de zanger.
We gingen op een gegeven moment ook optredens buiten de school doen. Onder de naam Tacit namen we zelfs een singletje op. Iets waar ik me nog vreselijk voor schaam. Ik heb het schijfje nog. Ik heb ‘m laatst aan mijn kinderen laten horen. Ze moesten vreselijk lachen.”
Na een voortijdig afgebroken studie Nederlands en Engels aan de lerarenopleiding, besloot hij MO Engels te studeren bij de LOI. En toen kwam Kayak in beeld. „Ik had het altijd al een fantastische band gevonden. Ik ging naar hun optredens, ik had al hun platen. Het was 1978. En een vriend van me een advertentie gezien in Melody Maker. Kayak zocht een zanger. Hij vond dat ik moest reageren. Maar het leek me niet dat een groep als Kayak op mij zat te wachten. Hij bleef echter aandringen. Om van zijn gezeur af te zijn heb ik een demo opgestuurd die ik met twee Engelse jongens had gemaakt.” Vrij snel daarna kreeg Reekers een telefoontje van Ton Scherpenzeel, toetsenman en hofleverancier van Kayak. Hij was met een soloproject bezig: Carnaval der dieren. Hij nodigde de zeer vereerde Reekers uit om iets te komen inzingen. Dat verliep goed en Scherpenzeel wilde kijken wat de andere leden van Kayak van Reekers vonden. „Ik moest naar Aalsmeer komen, naar hun oefenruimte. Toen ik daar kwam, vroegen ze me welke stukken ik had ingestudeerd. Ik zei: zet maar wat in, ik zing wel mee. Ik kende al hun liedjes. Ze vonden het heel raar, zo’n jongen die nog bij zijn ouders woonde en die het hele repertoire van de band kende. Maar na een paar weken kwam het telefoontje: ik zat in Kayak.”
Of er nog andere bands waren, waarvan de toen 21-jarige Reekers al het repertoire kende? „Yes”, is het antwoord. Als de Engelse groep in die tijd een zangvacature had gehad, had Reekers ook alle liedjes kunnen zingen. Maar ook in dat geval had zijn omgeving het daarvoor flink onder druk moeten zetten.
„Ik zat een keer met Kayak in de Soundpushstudio toen de directeur naar me toekwam of ik even een reclamespotje wilde inzingen. Geen probleem. Het moest meerstemmig. Vond ik ook geen punt. Stemmetje erboven, stemmetje eronder. Die man vond dat ik heel handig deed. Hij zei dat ik noten moest leren lezen, dan zou ik goud geld kunnen verdienen.
Toen Kayak in 1982 uit elkaar ging, heb ik dat inderdaad gedaan. Een cursus bij de LOI gevolgd. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik heb heel veel achtergrondkoortjes gedaan.”
De Indische sausen van Calvé was het eerste reclamespotje waar Reekers in te horen was. Er zouden vele honderden volgen. „Oh zo veel. Ik doe nog steeds spotjes. Omo, Merci, kinderspeelgoed, echte Werthers. Ik kwam ook in de wereld van de nasynchronisatie terecht. Eerst alleen stemmetjes, maar ik ben ook gaan vertalen en regisseren. Voor de Nederlandse versie van de Harry Potterfilms ben ik verantwoordelijk. Dan moet ik de rollen casten. Ik moet zorgen dat er geen zinnetjes klinken, maar dat het echt dialogen zijn. In een Harry Potterfilm heb ik zelf een rolletje genomen. Die van ‘Haast-onthoofde Henk’. Die was in de Engelse film door John Cleese gedaan. En van hem ben ik een ongelooflijke fan.
Dus ik dacht direct: die rol is voor mij.”
In 2000 begon Kayak weer. Aanvankelijk als een project van Ton Scherpenzeel en Pim Koopman. Maar het Kayakgeluid was er weer toen Max Werner de zangpartijen voor zijn rekening nam. Werner verliet de groep en Bert Heerink werd de nieuwe zanger. In 2003 werd Reekers gebeld door de manager van Bert Heerink. „Bert had een dubbele boeking. Hij moest het nationale songfestival doen en optreden met Kayak. Om Bert uit de brand te helpen, heb ik meegedaan. Ik had twintig jaar niet met de groep gewerkt, ik moest snel 25 nieuwe liedjes leren. Maar ik vond het geweldig. Het bleek dat ik het toch heerlijk vond om weer op een podium te staan. En ‘t klikte weer.
Daarna vroegen ze of ik bij het volgende project weer mee wilde doen.”
Bron: Twentsche Courant Tubantia 20 september 2008